"Bij een grondig onderzoek van de krijgs- en andere gevangenen bleek dat een groot deel van de paramilitairen uit vrouwen bestond.......onverwacht kan zo toch een gedeelte van de vrouwelijke burgerslachtoffers worden verklaard...."
en nog wat later, laten we zeggen na twee maanden.
Uit geanalyseerde bestanden van de laptop van de leider blijkt dat er in sommige dagboekachtige notities sprake is van het volgende: '......misschien moet ik.....dan maar zelf...raketten afschieten op ons trouwe volk......een markt, een ziekenhuis.....slachtoffers hebben we nodig ....dit zal de aanvallers volledig in verlegenheid brengen en ik zal de slachtoffers omschrijven als martelaren.....'
En dan blik je terug op momenten tijdens de oorlog dat scholen, markten, ziekenhuizen, bejaardenflats etc gebombardeerd zijn.
Ook meldt je dat er al "vijf dubbelgangers van de vijand zijn geidentificeerd en dat ze allemaal heel blij zijn dat ze nu weer in vrijheid kunnen leven, maar wel hun snor gaan afscheren...."
Dan volgt de openbare dagboek fase.
Verschillende soldaten uit ons leger vinden dat ze van alles hebben beleefd en ervaren het als hun plicht om er 'iets mee te doen' en gaan hun eigen visies op het geheel delen. (Doordat iedereen na afloop van de oorlog geheimhouding wordt opgelegd mbt bijna alle operationele handelingen is er voor ons geen gevaar)
Sommigen helpen we zelfs hun verhaal te vertellen, we hebben immers een goede band met onze pers.
Dus die laten we uitnodigen in een tv-pogramma waar de presentatie zegt :
"We hebben het allemaal gezien en allemaal gevolgd, maar hoe WAS het nou ....?